de historische en archictecturale context

Voor het stichten van het avontuur Guédelon en om de realiteit zo dicht mogelijk te benaderen waren enkele historische, chronologische en architecturale richtlijnen nodig.

De bouw is begonnen in het jaar 1228

Bij de aanvang van de bouw bevinden we ons in het jaar 1228. Lodewijk de IX, de toekomstige heilige Lodewijk is net tot koning gekroond in Reims. Het is Blanche de Castille die regeert tot het jaar 1235  omdat Lodewijk nog te jong is.

De streek de Puisaye staat onder controle van Baron Jean de Toucy. In het zuid-oosten wordt de streek begrenst door  de Graaf van Auxerre tot Nevers die onder het gezag staat van Mahaut de Courtenay. In het noorden wordt de streek begrenst door De Capetingers uit de Gâtinais. In de dageraad van de 6e kruistocht bevindt de streek de Puisaye zich in een relatief rustige periode.

Een hypothetische sociale context:

De opdrachtgever voor de bouw van Guédelon is een kleine Seigneur in de streek de Puisaye, vazal  van Jean de Toucy die zelf vazal van de koning van Frankrijk is. Zijn opperleenheer heeft hem de toestemming gegeven een burcht te bouwen. Hij heeft en relatief bescheiden status in de féodale maatschappij en zijn financiële middelen zijn beperkt. Hij bouwt dus een bescheiden burcht die bij lange na niet lijken op de grote kastelen zoals het Louvre  in Parijs of Brie-Compte-Robert in de Seine et Marne. Wij hebben het over een woonkasteel wanneer over Guédelon spreken.

De architectuur van Philips August

Château de Ratilly

Geen enkel overblijfsel, geen ruïne, geen enkel bestaand gebouw. De toekomstige burcht Guédelon is een pure creatie gebaseerd op de architecturale richtlijnen opgelegd door Philips August in de XII en XIIIe eeuw.

Philips August is koning van Frankrijk van 1180 tot 1223 en hij staat aan de wieg van een standaard voor kastelen met militaire architectuur in zijn Philipijnse rijk. De kastelen zoals het Louvre in Parijs, en Yèvre-le-Châtel in de Loiret of hier in de streek Druyes-les-Belles-Fontaines zijn hier enkele voorbeelden van. 

Een Philipijnse burcht karakteriseerd zich door de volgende eigenschappen: een polygonaal plan met hoge gemetselde weermuren die aan de onderzijde licht hellend zijn. Rondom  een droge gracht, ronde hoektorens voorzien van schietgaten geplaatst naar gelang de verdiepingen. Een nog hogere en grotere toren, de woontoren en twee toren die het entree gebouw beschermen.

In deze periode heeft Philips August door middel van overeenkomsten, bondgenootschappen en huwelijken een expansiepolitiek op lange termijn ontwikkeld. Dit rechtvaardigt de introductie van een Parijse architectuur in plaats van een Bourgondische architectuur in de Icaunaise streek.

laatste nieuws