de materialen

De plaats waar een burcht gebouwd wordt is geen toeval. Het is een strategische plek om een verbindingsroute of weg te controleren of het is een bouwwerk om zijn macht of autoriteit te bevestigen. De plaatsbepaling is altijd het gevolg van een bepaalde logica.

De plaats waar een burcht gebouwd wordt is geen toeval!

Ook Guédelon ontsnapt niet aan deze regel! De keuze voor dit terrein werd bepaald door de aanwezigheid van grondstoffen. In de middeleeuwen was het transport duur. Dit was het gevolg van de vele belastingen en tol die betaald moesten worden. Hierdoor werden de materialen tot 2 maal zo duur.

Uit de boekhouding van de bouw van Druyes-les-belles-Fontaines blijkt dat een menner voor het leveren van 4 *kipkarren ongebluste kalk 40 sous betaald kreeg.*een kipkar was een variabele maateenheid . Ter vergelijking, een timmerman kreeg voor het maken van een deur met handvat een gelijkaardig bedrag.

Daarbij komt nog dat het transport met dieren of via het water langzaam was wat de bouw behoorlijk kon vertragen.

De steen: De ijzerhoudende zandsteen

De ijzerhoudende zandsteen:

Deze steen komen we in  deze regio in verschillende bouwwerken tegen, hetzij grote belangrijke gebouwen zoals het kasteel van Ratilly of kleine locale huisjes.

Deze steen wordt direct aan de voet van de burcht gedolven.

Deze sedimentaire steen is ontstaan uit het opeenhopen van lagen zand met daarin ijzeroxides. Wanneer men de zanderige kleigrond van deze steen verwijderd vindt men de verschillende lagen, dik of dun en hard of zacht. Een economische bouwplaats zoals in de middeleeuwen stond verspilling van materialen niet toe. Dit is de reden dat stenen van een minder goede kwaliteit gebruikt wordt voor de binnenmuren. De steenresten uit de groeve worden gemengd met de mortel die wordt gebruikt voor het vulwerk in de binnenmuren. (gemiddelde dikte van de muren 3.50m).

De andere steen,  wit, is een kalksteen  die voor decoratieve doeleinden gebruikt wordt zoals gewelven, ramen…. Deze steen komt uit een groeve op enkele kilometers van Guédelon.

Het hout: eikenhout

In de middeleeuwen werd hout in de bouw overal gebruikt. Overdekte houten passages, hordijs boven aan de torens, houten overdekte loopbruggen, bruggen, deuren. Omdat hout vatbaar voor verrotting is vinden we van hout dat buiten verwerkt is  weinig terug in overblijfselen van gebouwen. Slechts enkele dakgebinten hebben de tijd doorstaan.

In het bos van Guédelon is de eikenboom koning. De houthakkers vellen de bomen volgens een nauwkeurig uitgewerkt plan. Een bepaalde boom met een bepaalde omvang  of lengte dient als draagbalk in een open haart of een als moerbalk in de woning van de leenheer. Van te voren is vastgesteld voor welke bouwfase welke boom geveld moet worden. Wanneer onze bossen ons niet kunnen voorzien van het  hout met de gewenste afmetingen moeten wij, net zoals  de  werklieden in de middeleeuwen,  deze elders gaan halen.

Net zoals  abt Suger moeite had om in de bossen Yvelines de bomen te vinden die groot en lang genoeg waren voor de bouw van de Basilique Saint Denis, zo moeten wij de bomen vinden voor de gebinten voor Guédelon.

De aarde met haar verschillende facetten

Voor de bouwers  is de aarde op Guédelon zeer veelzijdig:

-De aarde met zandgehalte, eens gezeefd wordt deze aarde gebruikt voor de samenstelling van de mortel. De mortel kan men beschouwen als de lijm waarmee alle stenen gelijmd worden. De mortel wordt op Guédelon gemakt water, kalk en zand.

-De  aarde met kleigehalte, de dakpannenmakers maken van deze aarde met behulp van mallen alle

Dakpannen en vloertegels

 

- De pigmenten zoals oker en hematiet, worden nadat ze uit de grond gedolven zijn gebruikt voor de muurschilderingen op Guédelon.

laatste nieuws